Mozart, de muziek
Al de hier onderzochte media hebben uiteindelijk slechts één doel: het levend houden van de persoon Mozart en zijn muziek; het zijn allemaal vormen van mediated memories. De diverse media maken daarbij weliswaar regelmatig gebruik van elkaar, toch heeft ieder medium zijn eigen duidelijke specifieke kenmerken. In dit onderdeel ga ik datgene onderzoeken waar het ooit allemaal mee begonnen is; Mozarts muziek. Bij muziek bestaat er een onderscheid tussen zuiver instrumentale muziek en muziek waaraan een tekst is toegevoegd. In dat laatste geval is er technisch gezien sprake van meerdere media. Zuiver instrumentale muziek lijkt misschien een vreemde manier om te herinneren, maar dit medium verwijst op de eerste plaats natuurlijk toch altijd terug naar de componist. Bij muziek waaraan een tekst is toegevoegd, zoals het voorbeeld dat ik verderop zal bespreken, lijkt er duidelijker sprake van een narratief. Het medium, in dit geval muziek, is daarbij niet noodzakelijk een archief, maar het geeft vorm aan de herinnering. Er wordt bewust een keuze gemaakt om dát specifieke medium voor dit geval te gebruiken.Voor dit onderzoek wil ik drie aspecten van het medium muziek in relatie tot Wolfgang Amadeus Mozart gaan bekijken. Ten eerste het oorspronkelijke repertoire. Dit wordt nog altijd opgevoerd, maar wat is hiervan de status? Op welke manier vindt het herinneren hier plaats? Mozarts werk is daarnaast door verschillende groepen toegeëigend die er ieder hun eigen versie van hebben gemaakt. Op welke manieren is dit gebeurd en wat is het effect hiervan? Tenslotte onderzoek ik of er ook muziek bestaat óver Mozart, waarbij dus niet zozeer zijn muziek als wel zijn persoon wordt herinnerd. Waar het in dit werkstuk om gaat, is het effect dat bereikt wordt door de muziek van, of over Mozart. Wat zegt de vorm van het herinneren over de inhoud?
I. De klassieke Mozart
Bij visuele media zoals film en schilderkunst wordt vaak gestreefd naar immediacy wat inhoudt dat we eigenlijk zouden moeten vergeten dat de boodschap via een medium tot ons komt. [11] Als er echter érgens sprake is van ‘the medium is the message’ [12], dan is het wel bij muziek. Hier kan immers geen onderscheid gemaakt worden tussen hetgeen wordt uitgedrukt en het medium dat het uitdrukt. We kunnen bij muziek dan ook nooit aan het medium voorbij gaan. Muziek is daarnaast, als je tenminste een vel papier met notenschrift of een cd buiten beschouwing laat, immaterieel. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld een foto die een duidelijk tastbare kwaliteit heeft. Muziek komt als het ware direct bij je binnen. Dit is overigens een vrij klassieke visie op het effect van muziek.
Hoewel de muziek van Mozart ruim tweehonderd jaar geleden is gecomponeerd, wordt zij tot op de dag van vandaag gespeeld en beluisterd in haar originele vorm. Er worden nog steeds cd’s verkocht met daarop het Requiem, pianoboeken met de sonates en je hoeft maar het programma open te slaan van een willekeurig theater of een concertzaal, of er wordt wel een opera of operette van Mozart opgevoerd. Daarnaast wordt zijn naam al snel genoemd als er gevraagd wordt naar een klassieke componist. Je zou dan ook kunnen stellen dat het oorspronkelijke werk van Mozart een canonieke status heeft; het behoort tot het culturele erfgoed.
Willem Frijhof noemt een canon in het stuk Culturele Dynamiek, onderzoeksprogramma in ontwikkeling, de selectie van de ‘[…]beste, bekendste en meest toonaangevende werken.’ [13] De status van een canon is echter niet voor iedereen in alle tijden hetzelfde. De inhoud wisselt en daarnaast kan ook de functie van de canon veranderen. Frijhof noemt als voorbeeld het Wilhelmus dat eerst actueel politiek was, vervolgens een herinnering aan de Opstand, een orangistische tekst, nationaal volkslied en sinds 1940 een symbool van nationaal verzet. Maar wat de inhoud of functie ook is, canonieke werken verwijzen steeds ergens naar. De componist Mozart kan niet vergeten worden zolang zijn muziek nog wordt gespeeld.
Het beluisteren van muziek is tegenwoordig niet langer aan een locatie gebonden. Hierdoor kan er wat Cohen en Willis in hun artikel ‘One nation under radio’, een zogenaamde ‘imagined community’ noemen ontstaan. In dat geval gaat het over nationale identiteit: ‘[…] an emergent process sparking people who share a national identity to imagine that they have attitudes, values and beliefs in common with others who share the same national identity.’ [14] In mijn optiek is dit concept echter evenzeer toepasbaar op andere vormen van ‘community’. Zo wordt klassieke muziek over het algemeen vaker beluisterd door hoger opgeleide mensen dan door lager opgeleide mensen. Klassieke muziek wordt daarnaast snel geassocieerd met elitair. Door aan te geven dat je naar klassieke muziek luistert, kun je dus iets zeggen over je identiteit en aangeven bij welke groep je hoort. Zo ben je bijvoorbeeld hoog opgeleid, elitair en heb je een goede smaak, los van je geografische achtergrond.
Het beluisteren of spelen van de oorspronkelijke klassieke muziek kan daarnaast uiting geven aan een hang naar nostalgie. Er wordt dan gedacht dat je door het beluisteren van de originele muziek een idee kunt krijgen van hoe het toen was, een authentieke ervaring als het ware. Hierbij is echter al snel sprake van een naïef idee van realisme. Er wordt voor het gemak vergeten dat muziek destijds voor weinig mensen toegankelijk was. Er waren geen opnamemogelijkheden, dus het beluisteren van muziek thuis was al niet mogelijk. Elke muziek die je hoorde was daarmee volledig uniek. Daarnaast waren de instrumenten die men bespeelde en de locaties waarop men dat deed, lang niet altijd vergelijkbaar met de huidige locaties of middelen. Dan laat ik zaken als discrepanties tussen het originele handschrift en de uiteindelijk uitgegeven versie en de persoonlijke interpretatie van een dirigent of musicus nog buiten beschouwing. Het is dus maar de vraag of die authentieke ervaring wel bereikt kan worden.
De originele muziek heeft een canonieke status omdat zij de tijd heeft overleefd en vandaag de dag nog steeds aan hoge kwaliteitseisen voldoet. De ouderdom van de muziek maakt de prestatie misschien juist nóg indrukwekkender. Dit werk is immers gecreëerd in een tijd dat componeren vooral nog een kwestie van ambacht was, en niet van kennis van een computerprogramma. Daarnaast bestaat er zoals gezegd de mogelijkheid tot identiteitsvorming; als je luistert naar klassieke muziek, behoor je tot een selecte groep is daarbij de veronderstelling.
II. De (post)moderne Mozart
De muziek van Mozart is in de loop der tijd door verschillende musici toegeëigend waarna er een eigen draai aan wordt gegeven. Zo’n herschrijving kun je enerzijds zien als kritiek op de canon, maar anderzijds is het ook een bevestiging ervan. Het heeft immers weinig zin om iets toe te eigenen als niemand weet waarnaar het nieuwe werk verwijst. Bij deze herschrijvingen wordt klassieke muziek afkomstig uit de ‘hoge’ cultuur soms tot onderdeel van de ‘lage’ cultuur. Er vindt een vermenging van stijlen plaats die je postmodern zou kunnen noemen. Het postmodernisme wordt als stroming met name gekenmerkt wordt door fragmentatie, vermenging van ‘hoge’ en ‘lage’ cultuur in stijl en genre, technologisering (meer specifiek digitalisering), globalisering en steeds verdergaande commercialisering. Vooral dat laatste aspect lijkt onlosmakelijk verbonden met de huidige consumptiemaatschappij.
Het stuk dat ik heb gekozen als een voor mij typisch voorbeeld van dit postmodernisme in de muziek is het openingslied van de manifestatie ‘Sensation White’ uit 2003, het zogenaamde Anthem, van ‘Rank 1’. [15] Dit stuk is gebaseerd op het deel Lacrimosa uit het Requiem van Mozart uit 1791. Er vindt een vermenging van stijlen plaats waarbij een klassiek muziekstuk is bewerkt tot een modern muziekstuk. Iets uit de ‘hoge’ cultuur is verworden tot iets uit de ‘lage’ cultuur. Rank 1 heeft echter niet het hele werk van Mozart gebruikt; ze halen er slechts enkele fragmenten uit. Deze zijn vervolgens bewerkt met een computer en daarmee gedigitaliseerd. Dat dit überhaupt kan, is een rechtstreeks gevolg van de steeds verder gaande technologisering van onze maatschappij. Daarmee is het duidelijk een product van deze tijd. Met behulp van digitalisering kunnen zaken als tempo, ritme en toonhoogte gemakkelijk worden aangepast. Waar het origineel een behoorlijk rustig tempo heeft, is deze versie bijvoorbeeld een stuk sneller.
De melodie van het origineel blijft weliswaar duidelijk herkenbaar, maar in gefragmenteerde vorm. Het is niet zoals bij een sample waarbij slechts een klein fragment letterlijk wordt overgenomen. Het hoofdthema van het klassieke werk is als motief overgenomen en hier zijn allerlei moderne variaties op gemaakt. Deze zijn vervolgens stuk voor stuk voorzien van een eigen tempo dan wel ritme met behulp van een computer. De muziek is dus niet alleen gefragmenteerd en gedigitaliseerd maar het is een mengvorm geworden tussen klassiek en modern. Tenslotte is deze muziek een stuk commerciëler dan de meeste klassieke muziek, simpelweg omdat er nu eenmaal veel meer media-aandacht wordt besteed aan popmuziek. Kijk alleen maar naar het aantal televisiezenders dat zich richt op dit genre om over het aantal radiostations nog maar te zwijgen. Popmuziek is eenvoudigweg ‘big business’. Deze ‘reconstructie’ van het verleden staat dan ook duidelijk in dienst van het heden.
Naast deze dance-muziek, bestaat er nog een andere vorm van muziek waarbij Mozarts composities worden gebruikt; de zogenaamde ‘muzak’. Een goed voorbeeld hiervan is wat mij betreft de Duitse musicus James Last (waarmee ik overigens niemand wil beledigen). Deze bandleider heeft door de jaren heen, maar met name in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, allerlei klassieke composities voorzien van een eigen arrangement. Zo wordt er bijvoorbeeld een beat toegevoegd aan de bekende compositie ‘Eine kleine Nachtmusik’. De liedjes zijn daarnaast meestal korter dan de originele versie en mikken op een breder, algemeen publiek. Je zou het als het ware ‘Mozart for dummies’ kunnen noemen. Dat neemt uiteraard niet weg dat deze versies voor velen de eerste kennismaking met klassieke muziek zijn.
Als je echter later in aanraking bent gekomen met het ‘echte werk’, steekt zo’n versie als die van James Last daarbij toch maar povertjes af. Sterker nog; je zou het zelfs kitsch kunnen noemen. Alle complexiteit wordt uit de compositie gehaald en het nummer verliest precies datgene wat het zo bijzonder maakte. Marita Sturken bespreekt kitsch in haar artikel ‘Tourists of History: Souvenirs, Architecture, and the Kitschification of Memory’. Dit essay heeft weliswaar betrekking op de gebeurtenissen van 11 september in New York, maar een deel van de theorie is hier zeker bruikbaar. Zo geeft ze onder andere aan dat de technologie van herinneren verschillende vormen aan kan nemen waarbij de stijl een enorm breed scala beslaat. Wat ik met name bruikbaar vind, is de definiëring van kitsch als onderdeel van de massacultuur (overigens is Sturken hierin niet de eerste uiteraard). Kitsch ontstond toen een steeds grotere groep mensen zich ten gevolge van de industrialisering steeds meer kon permitteren. Sommigen uit de middenstand hadden nu evenveel geld als mensen uit de bovenklasse en het enige waar het nog aan ontbrak was dezelfde goede smaak. Hier werd op ingespeeld door de productie van een groot aantal imitatie-artikelen die een rijke uitstraling moesten hebben maar mede daardoor juist tot kitsch werden.
Een element dat echter mijns inziens vooral interessant is, is het idee van het erbij willen horen. Degenen die dit soort versies aanschaffen, voelen zich daardoor mogelijk verbonden met dezelfde ‘imagined community’ waar ik het eerder over had. Het tegenovergestelde effect treedt echter op: in plaats van aan te tonen over dezelfde goede smaak te beschikken, wordt het verschil juist benadrukt. Deze muziek heeft als effect dat Mozart bekend wordt bij een grotere groep mensen. Het affect kan zijn, met name in het geval van de muzak, dat men het gevoel heeft bij een exclusieve groep te horen. Of dit ook het geval is bij de dance-muziek is overigens een geheel andere vraag. Hier is de muziek immers vaak zo onherkenbaar, dat het nog maar de vraag is of men zich überhaupt wel realiseert dat het hier oorspronkelijk om een klassiek werk ging. Commercie lijkt eerder de voornaamste drijfveer te zijn.
IIa. Het verschil tussen ‘hoog’ en ‘laag’
Een van de dingen die ik in mijn definitie heb genoemd als kenmerk van postmodernisme is de vermenging tussen ‘hoge’ en ‘lage’ cultuur. Bij deze werken lijkt daar duidelijk sprake van; een gedeelte uit het Requiem van Mozart, dat toch duidelijk tot ‘hoge’ cultuur gerekend kan worden, is bewerkt tot een stuk dat als ‘lage’ cultuur gezien kan worden, namelijk dance-muziek en daarnaast zijn er nog de versies van musici als James Last die er ‘easy listening’ van maken. Er wordt als het ware ‘geciteerd’ en daardoor is sprake van intermuzikaliteit. Of daarmee ook de grens tussen deze twee verdwenen is, betwijfel ik echter. In mijn optiek is het stukje ‘hoge’ cultuur namelijk ondergeschikt gemaakt aan de ‘lage’ cultuur. Het is niet zozeer een vermenging van stijlen waar beide stromingen profijt van hebben, maar eerder een ‘overname’ van het een door het ander. Je zou kunnen spreken van een vorm van ‘appropriation’.
Als het een gelijkwaardige vermenging van stijlen zou zijn, zou je kunst verwachten die iedereen aanspreekt en die precies het midden houdt tussen dat ‘hoog’ en ‘laag’. Ik denk echter zeker niet dat mensen die over het algemeen de voorkeur geven aan klassieke muziek (en daarmee de ‘hoge’ cultuur), nu ineens een dergelijk stuk uit de ‘lage’ cultuur wél kunnen waarderen. Dit geldt met name voor de dance-muziek. Daarmee is het verschil dan ook mijns inziens zeker niet verdwenen. Naast de dance-muziek en de ‘easy listening’ variant, bestaat de klassieke muziek immers nog steeds. Wat echter wel nieuw is, is dat de ‘lage’ cultuur elementen uit de ‘hoge’ cultuur overneemt en zich eigen maakt. De grenzen tussen de genres worden dus wel vager.
IIb. Wel of niet origineel?
Hoe zit het eigenlijk met originaliteit bij dit soort werken? Is deze manier van herinneren wel of niet origineel? Het antwoord is eigenlijk tweeledig: Ja, het is origineel want er sprake van een compleet nieuw muziekstuk. Hoewel er bestaande elementen in zitten, is het geheel toch zodanig bewerkt dat er gesproken kan worden van iets unieks. Aan de andere kant is het tegelijkertijd niet origineel omdat de DJ’s die dit werk hebben gemaakt, niet de moeite hebben genomen om zelf iets te componeren (het is zelfs maar de vraag of ze dat überhaupt kunnen), maar gewoon iets van een ander hebben overgenomen. Door de ontwikkeling van technologie, is praktisch iedereen in staat geworden om niet langer alleen ontvanger te zijn (of luisteraar), maar ook producent (of componist). Je hoeft alleen nog maar over een synthesizer of computerprogramma te beschikken om je eigen composities te kunnen maken, de participatie van het publiek ligt daarmee veel hoger.
Voor de ‘easy listening’ variant geldt eveneens dat er weinig eigen inbreng nodig lijkt. Toch is het toe-eigenen van materiaal niet alleen kenmerkend voor de huidige tijd of voor het postmodernisme. In mijn klassieke pianoboeken kom ik regelmatig werken tegen waarbij de ene klassieke componist variaties heeft gemaakt op een thema van een andere klassieke componist. Wat echter wel typisch postmodern is, is juist de combinatie van al de eerdergenoemde factoren. Het is namelijk niet zomaar een variatie, maar een gefragmenteerde, commerciële, digitale variatie en dat is nu juist wat het toch tot een origineel én postmodern stuk maakt. Het effect is echter twijfelachtig te noemen. Misschien is het wel zo dat meer mensen in aanraking komen met Mozart, maar het is daarbij zeer de vraag of ze zich daar überhaupt van bewust zijn.
III. Muziek óver Mozart
Tenslotte bestaat er nog een derde manier waarop de herinnering aan Mozart levend gehouden wordt in de muziek. Voor zover mij bekend, bestaat er tenminste één nummer dat gaat óver Mozart en wel het lied Rock me Amadeus van de in 1998 overleden Oostenrijkse zanger Falco. Dit nummer dateert uit 1986 en werd blijkbaar speciaal voor hem geschreven door het producerduo Bolland & Bolland naar aanleiding van het succes van de film Amadeus. [16] Hoewel Bolland en Bolland Nederlands zijn, is Falco zelf afkomstig uit Oostenrijk. Voor hem behoort Mozart dus tot zijn cultureel erfgoed. Je hoeft echter alleen maar naar de videoclip te kijken op Youtube, om te zien dat hij op een nogal ironische manier met dit erfgoed omgaat. [17] In de clip loopt Falco afwisselend rond als eigentijdse zanger in een smoking en als iemand in een kostuum uit Mozarts tijdperk met een getoupeerde pruik in punkkleuren.
De tekst van het nummer gaat als volgt:
Er war ein Punker
Und er lebte in der groβen Stadt
Es war in Wien, war Vienna
Wo er alles tat
Er hatte Schulden denn er trank
Doch ihn liebten alle Frauen
Und jede rief:
Come on and rock me Amadeus
Er war Superstar
Er war populär
Er war so exaltiert
Because er hatte Flair
Er war ein Virtuose
War ein Rockidol
Und alles rief:
Come on and rock me Amadeus
Es war um 1780
Und es war in Wien
No plastic money anymore
Die Banken gegen ihn
Woher die Schulden kamen
War wohl jedermann bekannt
Es war ein Mann der Frauen
Frauen liebten seinen Punk
Zonder hier over te gaan tot een diepgaande analyse van dit stuk, wil ik toch enkele elementen er uit lichten. Zoals uit de tekst blijkt, wordt Mozart hier niet overwegend positief afgeschilderd. Hij had schulden en was aan de drank. Anderzijds wordt hij toch ook als zeer populair en virtuoos omschreven. De postmoderne ironie schuilt met name in de vermenging van het moderne met het klassieke. Er vindt een vermenging van taal plaats; Duits, de taal van Mozart en Engels, bij uitstek de taal van de popmuziek. Er vindt ook een vermenging van stijlen plaats waarbij de pruikentijd wordt gecombineerd met de punkperiode. Daarnaast wordt Mozart een rockster genoemd, iets wat toen nog niet eens bestond en wordt er gesproken over ‘plastic money’, typisch iets van deze tijd. Falco vergelijkt zichzelf met de componist door enerzijds óver hem te zingen en anderzijds in zijn huid te kruipen. Ook in de videoclip is de eerder genoemde vermenging van stijlen duidelijk te zien. Mozart wordt afgebeeld als moderne popster, maar wel met een knipoog.
IV. Slotbeschouwing
Of het nu gaat om de originele muziek, of om aangepaste versies, er is steeds sprake van herinnering. In het eerste geval kun je in principe horen hoe het destijds was, terwijl in het tweede geval gespeculeerd wordt over hoe het nu zou kunnen zijn als Mozart nog geleefd had en nu nog zou componeren. Wat we tevens zien, is dat de ontwikkeling van nieuwe technologie invloed heeft op de manier waarop kan worden herinnerd, dit is met name het geval bij een nummer zoals dat van Rank 1. De persoon Mozart en zijn muziek worden op drie manieren levend gehouden in muziek: door de opvoering van het originele werk, door aanpassing of toe-eigening van het originele werk en door muziek óver de componist. Alle drie hebben ze een ander effect, van nostalgie en authentieke ervaring, via het ergens bij willen horen, tot een nauwelijks nog herkenbare verwijzing naar iets uit het verleden. Niettemin zorgen al deze mediated memories er wel voor dat ook nu nog praktisch iedereen wel eens gehoord heeft van Wolfgang Amadeus Mozart.
